Roland was degene die mij onvoorwaardelijk steunde en aanmoedigde toen ik de problematiek van de opwarming van de aarde als een hoofdbekommernis op de politieke agende plaatste.
Bedrijfsleider, politicus, voetbalmecenas, miljonair. En voeg daar nog maar non-conformist en schenenstamper aan toe. Fantast voor de ene, idealist voor de andere. Maar bovenal heeft Roland Duchâtelet - bekend van zijn elektronicabedrijven en van het basisinkomenidee - een mening over nagenoeg alles, en liefst nog een tegenstrijdige. Dat is niet anders als we met de 64-jarige voorzitter en stichter van Melexis spreken in de hel van Stayen, het stadion van zijn voetbalclub STVV. Duchâtelet is net terug van een vakantie op Gran Canaria, waar hij de feestdagen doorbracht, maar hij was liever niet gegaan. 'Dat deed ik voor de familie. Ik ben geen voorstander van vakanties in het buitenland. Ik zou liever gewoon in België blijven. We hebben hier voldoende mogelijkheden. Bovendien zijn er wat de kwaliteit van het eten betreft weinig landen die kunnen concurreren met België. Ik zie een toekomst voor het binnenlandse toerisme.'
Duchâtelet mag terugblikken op een aardig 2010. Melexis, dat chips voor de automobielsector produceert, was een van de topaandelen op Euronext Brussel. Het vlaggenschip van Duchâtelets imperium kwam er dankzij de wederopstanding van de automobielsector helemaal bovenop na het rampjaar 2009, gekleurd door de ene omzetwaarschuwing na het andere winstalarm. Epiq, zijn andere elektronicatelg, haalde hij met succes van de beurs. STVV sloot de competitie als vierde af na de titel in tweede klasse een jaar eerder. Enkel op politiek vlak zat de wind niet mee: bij de verkiezingen van juni verloor Duchâtelet zijn zitje in de Senaat voor Open VLD. 'Er zijn in elk jaar goede dingen en in elk jaar slechte dingen. Het hangt ervan af of je je geest programmeert om gelukkig te zijn of niet. Je moet focussen op de dingen die wel goed gaan om te kunnen leven met de dingen die minder goed gaan. Als je daarin slaagt, ben je gelukkig. Maar in 2010 zat het inderdaad mee.'
2011 begint met een juridische strijd tegen KBC, na de mislukte belegging van 15 miljoen euro in obscure CDO's.
Roland Duchâtelet: 'Wij hadden die investering nooit gedaan als de bank had gezegd welk risico eraan verbonden was. Wij gingen ervan uit dat het een perfect veilige belegging was.'
In een van uw columns zei u dat de financiële crisis misschien maar een incident was in de wereldwijde economische groei. 'Een incident dat weliswaar tot een hartstilstand had kunnen leiden.' Dat infarct trof, via die foute investering, bijna uw bedrijf.
Duchâtelet: 'Melexis is door die beleggingen nooit in gevaar gekomen. Wij hebben altijd voldoende middelen gehad om niet in de problemen te komen. Wij hebben in 2009 nettoverliezen geboekt als gevolg van afschrijvingen op de CDO-portefeuille, maar dat was een verplichting van de auditor. Als het aan mij had gelegen hadden we die afschrijving nooit gedaan.'
Vorig jaar belegde Melexis 4 miljoen euro in eigen aandelen. Wilde u na de investering in de risicovolle producten iets goedmaken tegenover uw aandeelhouders?
Duchâtelet: 'Nee. Helemaal niet. Er valt ons niks te verwijten. Als een bank je niet alleen zegt maar ook schrijft dat die belegging even veilig is als een spaarrekening, dan ligt het aan de slechte voorlichting. Vandaar dat we naar de rechter stappen.'
De inkoop van eigen aandelen ondersteunde fors de koers. Met een rendement van 100,2 procent was Melexis in 2010 het vierde beste aandeel op Euronext Brussel.
Duchâtelet: 'Ondersteunen zou ik dat niet noemen. Dat is niet de juiste motivatie. Het is een goede opportuniteit voor onze aandeelhouders als we zelf onze aandelen inkopen. Het verhoogt de waarde en het is een vorm van dividenduitkering. Wie tien aandelen heeft en er een van verkoopt, krijgt een tiende van zijn bedrag teruggestort. Eigenlijk is het een flexibeler instrument dan de uitkering van dividenden.
Melexis kwam er helemaal bovenop dankzij een spectaculaire opleving van de automarkt. Hoe groot was de paniek op het dieptepunt van de crisis?
Duchâtelet: 'We hebben nooit echt gepanikeerd, ook niet in 2008 toen de verkoop instortte. De intrinsieke wereldwijde vraag naar auto's is in die periode op jaarbasis nooit meer dan 10 procent gezakt. Weinig mensen beseffen dat. Voor Melexis is de eindmarkt dus intact gebleven, ook toen iedereen dacht dat die helemaal kapotging. Ik heb het aan het begin van de crisis nog aan onze bankiers gezegd: 'Meer dan 10 procent gaat de autovraag niet dalen, want dat is historisch gezien nog nooit gebeurd.'
Wat brengt 2011?
Duchâtelet: 'Dat zien we wel. We zijn goed aanwezig in de nieuwere markten. Ik ga me natuurlijk houden aan de prognose die gepubliceerd is: een hoge, eencijferige omzetgroei. Kenners gaan ervan uit dat de automarkt binnen vijf of tien jaar goed is voor 100 miljoen verkochte auto's per jaar. De automarkt is al lang de grootste ter wereld. Wij zitten natuurlijk alleen in dat stukje elektronica, goed voor enkele tientallen euro's per auto. Maar op 100 miljoen stuks is dat een serieus bedrag. En auto's worden steeds intelligenter, hebben meer elektronica en dus meer chips nodig. Van Melexis bijvoorbeeld.'
U haalde Epiq van de beurs tegen 1,75 euro per aandeel, iets wat twee jaar geleden nog mislukte bij een bod van 2,80 euro.
Duchâtelet: 'De free float (de vrij verhandelbare aandelen, red.) was veel te klein, maar iets meer dan 10 procent. Dat was een vervelende situatie. Als je beursgenoteerd bent, moet je een free float hebben van minstens de helft van je aandelen. Ik geloof niet in illiquide handel, want dan krijg je te veel koersmanipulatie. Aandelen die niet voldoende verhandeld worden, zou men niet mogen toelaten op de beurs. Die bedrijven moeten andere middelen zoeken. Men zou consequent moeten zijn en de beurs beperken tot grote bedrijven met een grote liquiditeit. Kleinere bedrijven kunnen dan geen beroep doen op het spaarwezen. De beurs is trouwens door de volatiliteit van de jongste jaren niet meer de geschikte plek voor bedrijven om zich te financieren.'
Uw politieke activiteiten zijn teruggebracht tot het lokale niveau hier in Sint-Truiden. Is het voor u gedaan met de nationale politiek?
Duchâtelet: 'Ik hoop in ieder geval dat er geen verkiezingen komen. Veel van wat je doet, zien de mensen niet eens. Ik heb er als senator in volle economische crisis voor gezorgd dat alle bedrijven drie maanden uitstel kregen om hun bedrijfsvoorheffing te betalen. Maar niemand weet dat dus. Het is nochtans een fantastische maatregel. Maar wat ben ik er electoraal mee?' (lacht)
'Politiek is heel onaangenaam, want veel van de mensen die daar zitten zijn eigenlijk heel onaangenaam. Misschien is het erg het te zeggen, maar het is zo. Die cynische manier van omgaan met de kiezer, daar kan ik me niet in terugvinden. Je bent verkozen om goed te doen voor het volk, je moet het algemeen belang boven het partijbelang plaatsen. Dat probeer ik hier, we zien wel wat dat oplevert.'
U opperde onlangs het idee België bij Duitsland te laten aansluiten om uit de institutionele impasse te geraken. Een boutade?
Duchâtelet: 'Ja, maar ik zeg dat vooral om de geesten te openen. We moeten eens realistisch worden. Waarom zou die aansluiting zelfs niet kunnen? Ik heb enthousiaste reacties gekregen. Duitsland doet het economisch schitterend. Er zijn duidelijke maatregelen genomen om werk weer te gaan belonen. Duitsland heeft wel begrepen dat er een verschil moet zijn tussen werken en niet werken. En dat rendeert. Ik ben een grote fan van bondskanselier Angela Merkel. Er zouden meer leidinggevende vrouwen moeten zijn. Zij zijn over het algemeen minder bezig met hun imago en meer met het algemeen belang.'
Waar ligt u het meest wakker van: van de gang van zaken bij Melexis of van het spel van STVV?
Duchâtelet: 'Ik probeer van niets wakker te liggen. Al zeker niet van de koers van Melexis. Die is enkel belangrijk mochten we bezig zijn met een kapitaaloperatie of een overname, en dat is niet het geval. Als iets verkeerd gaat, bij Melexis of bij het voetbal, dan probeer ik na te denken over hoe dat komt en wat we eraan kunnen doen. Want anders hou je niet vol wat ik doe. Als je er niet van slaapt, ga je snel dood. Je moet proberen je te onthechten.'
'Ik vind de politiek, het bedrijfsleven en de voetbalwereld allemaal even interessant. Maar het bedrijfsleven is ongetwijfeld het gemakkelijkste van de drie. Eigenlijk ligt dat voor de hand. Het bedrijfsleven gaat om klanten en financiers enzovoort. Goed te organiseren zonder dat je er een punthoofd van krijgt.'
Supporters van STVV, aandeelhouders van Melexis, kiezers in Sint-Truiden. Wie is het moeilijkst tevreden te houden?
Duchâtelet: 'Het is eenvoudig een voetbalsupporter tevreden te houden. Zeker die van STVV. Die zijn zo verknocht aan de ploeg dat ze altijd blijven komen. Als het slecht gaat, zijn ze kwaad. Dat moet je begrijpen. Supporters zijn natuurlijk zeer emotioneel. Het gedrag van een supporter is voorspelbaar, als het goed is, is hij blij, anders niet. Veel moeilijker in het voetbal is het resultaat: winnen, verliezen, de plaats in het klassement. Er spelen zo veel factoren een rol . Van mijn drie bezigheden is voetbal zeker het minst voorspelbaar. Politiek is redelijk voorspelbaar, je kan vrij goed zien aankomen wat gaat gebeuren.'
Benadert u de sport puur zakelijk?
Duchâtelet: 'Ik denk zo: ik heb emoties en ik heb een ratio. Die emoties mag je hebben, niks fout mee, maar ze mogen de ratio niet overheersen. Ik probeer een goede combinatie te vinden. Emoties mogen ook niet worden onderdrukt.'
Maar u hebt destijds toch puur rationeel voor STVV gekozen als club om in te investeren. U overwoog ook een investering in het voetbal in Antwerpen, waar u vandaan komt.
Duchâtelet: 'Het is eigenlijk toevallig gekomen. Ik was hier vroeger sponsor. Toen de club in moeilijkheden zat, zijn ze me komen halen. Shirtsponsoring is een goede methode om reclame te maken. Zo ben ik erin gerold, hoewel ik dat eigenlijk niet wou. Maar goed, ik was blijkbaar de enige optie. Ik had voorwaarden gesteld waarvan ik dacht dat ze ze nooit zouden aanvaarden. Maar inmiddels vind ik het een heel mooie uitdaging. Het is subjectief, maar we zijn sympathiek en sportief, met veel jongeren en veel Belgen. Ik denk dat veel mensen zich kunnen vinden in onze waarden.'
Supporters gelukkig maken en jonge voetballers kansen geven, is mooi. Maar wat zijn uw echte dromen met een voetbalclub in een provinciestad?
Duchâtelet: 'Wel, Villarreal in Spanje is even groot als Sint-Truiden, maar het ligt veel meer afgelegen. Per wedstrijd zitten er wel 30.000 tot 40.000 supporters in het stadion en het is een van de sterkste clubs van Spanje. Is dat geen mooi antwoord?'