Peter Vanden Houte, Chief Economist ING
Roland is een van de weinige politici die durfde stellen dat het Zilverfonds, dat zogezegd de toekomstige pensioenen zal financieren, in feite een lege doos is. Veel horen we trouwens niet meer van dat fonds. Als we in de toekomst het Belgisch overheidsapparaat echt efficiƫnter willen maken, dan verdient zijn idee van het basisinkomen een brede maatschappelijke discussie.

Streng voor bedrijven, niet voor zichzelf

Bron: De Tijd 22/10/2011
Column door Roland Duchâtelet

Niet onterecht vragen we ons af hoe het zo verkeerd is kunnen gaan met Dexia. Vooral nu aan het licht komt dat de financiële groep onverantwoorde risico's heeft genomen.

Een bank is niet zomaar een commerciële instelling die verantwoording moet afleggen aan haar aandeelhouders. Banken vervullen ten dele een rol, met name geldcreatie, die aan de overheid toekomt. Daarnaast vervullen ze ook andere taken die belangrijk zijn voor de economie en de maatschappij, zoals het lenen van geld aan bedrijven en particulieren en het bijhouden en vergoeden van spaargeld van de bevolking. Daarom oefent de overheid een uitgebreide controle uit over banken en verzekeringsmaatschappijen.

Bij de bankencrisis van 2008 bleek die controle niet goed gewerkt te hebben, want de banken hadden vanalles uitgespookt om meer geld te verdienen. En dat was in de context van hun maatschappelijke opdracht te risicovol.

De gemengde parlementaire onderzoekscommissie waar ik toen deel van uitmaakte, kwam unaniem tot een reeks grensverleggende aanbevelingen, zoals de taks op financiële transacties, die men twee weken geleden op wereldvlak heeft pogen in te voeren. Een ander voorstel bestond erin 'gemengde' banken te splitsen in spaarbanken, waar het geld van de mensen veilig is, en risicobanken.

Dat voorstel werd niet gevolgd, omdat de grootbanken zich verzet hebben. Had men op dat ogenblik Dexia verplicht te splitsen, zou men onvermijdelijk op de problemen gestoten zijn die pas anno 2011 werden ontdekt.

De hoge beurswaardering van de banken heeft mij als ondernemer steeds verwonderd. Tenslotte waren ze niet innovatief en deden ze ongeveer allemaal hetzelfde in een mature markt waarbij hun product als commodity kan worden omschreven.

Wat me ook verwonderde, is dat ze van de bedrijven een verhouding van het eigen vermogen tegenover de schuld van minstens 1 op 3 eisten, terwijl dat bij hen minder dan 1 op 10 was.

De onderkapitalisatie van de banken, kortom de te grote schuldenhefboom, leidde ertoe dat ze een abnormaal hoog rendement haalden op hun eigen vermogen, 15 procent. Vandaar die hoge beurswaardering.

Is het wenselijk dat banken zulke hoge rendementen halen voor de aandeelhouders, ten koste van het risico voor onze maatschappij? Neen. Daarom was het ook wenselijk de banken te splitsen toen de beurskoers laag genoeg was, zoals dat in 2009 het geval was. Dan zouden aandeelhouders zich tevreden hebben gesteld met een rendement op het eigen vermogen van 1 of 2 procent hoger dan een belegging in overheidsobligaties. Bij de huidige - opnieuw gedaalde - beurskoersen van de banken is er opnieuw een window of opportunity voor zo'n regelgeving. Europees of nog breder, uiteraard.